Verslag van het college van kerkrentmeesters

1. 1. Algemeen
Op grond van artikel 1 lid 2 van Ordinantie 11 van de Protestantse Kerk in Nederland is de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van niet-diaconale aard van de gemeente aan het College van Kerkrentmeesters toegekend.
Op grond van artikel 7 van diezelfde Ordinantie vindt er jaarlijks een financiële verantwoording plaats door het College van Kerkrentmeesters aan de Algemene Kerkenraad.
In dit rapport vindt u de verantwoording van het College van Kerkrentmeesters over het gevoerde financiële beleid in het jaar 2019.

FRIS
De PKN heeft besloten een rapportagemodule te ontwikkelen voor zowel de begroting als de jaarrekening. Vanaf het boekjaar 2019 is het gebruik van deze rapportagemodules verplicht voor alle bij de PKN aangesloten plaatselijk kerken.
Dit betekent voor de PGD, dat een aantal onderdelen op een andere wijze verantwoord wordt ten opzichte van de goedgekeurde jaarrekening 2018. Om te komen tot een vergelijk zijn de cijfers uit de jaarrekening 2018 ingevoerd in de rapportagemodule en daar waar nodig anders gerubriceerd.
Bovendien kan een Plaatselijke Gemeente het format niet wijzigen. Het voordeel hiervan is dat alle aangesloten kerken op dezelfde manier rapporteren en dat daardoor een betere beoordeling door het CCBB mogelijk wordt.
Naast het voorgeschreven format heeft de PKN ook een Richtlijn begroting en jaarverslaggeving vastgesteld, waarin de grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn vastgelegd. Deze Richtlijn wordt bindend voorgeschreven.
Waardering onroerend goed.
Tot en met het jaar 2018 werd het onroerend goed door de PGD gewaardeerd op basis van de Grondprijs, die de Gemeente Smallingerland hanteert voor het zakelijk onroerend goed. Daardoor is in het verleden een herwaarderingsreserve gevormd. Deze waarderingsgrondslag is echter niet toegestaan in de Richtlijn. Het onroerend goed moet op kostprijs of, indien de kostprijs niet (meer) te achterhalen is, op € 1 worden gewaardeerd.
Door het toepassen van de Richtlijn valt de herwaarderingsreserve vrij en vindt er een correctie van de waardering van het onroerend goed plaats. Per saldo is er in 2019 door stelselwijziging een eenmalige last van afgerond € 875.000.
Begraafplaatsen
De financiële verantwoording van de Noorder- en Zuiderbegraafplaats moet vanaf 2019 apart vermeld onder de financiële vaste activa en de kortlopende schulden. Onder de post financiële vaste activa wordt nu het balanstotaal van de Noorder- en Zuiderbegraafplaats opgenomen (€ 922.935) en de rekening courant verhouding tussen de PGD en de Noorder- en Zuiderbegraafplaats wordt als kortlopende schuld (€ 907.922) verantwoord.

Passiva begraafplaatsen
Bij het uitgeven van een graf wordt een overeenkomst afgesloten. De rechthebbenden ontvangen aan het begin van deze periode een nota voor de kosten van het algemeen onderhoud en het recht van begraven. Tot en met 1987 was het mogelijk het recht van begraven af te sluiten voor onbepaalde tijd.
In 1986 is door de houder van de begraafplaatsen besloten dat de uitgifte van nieuwe graven voor onbepaalde tijd niet meer mogelijk is. Alleen de rechthebbenden van de graven uitgegeven voor 1987 blijven dit recht – van begraven of begraven houden – voor onbepaalde tijd houden. De vergoeding voor dit recht werd al betaald bij het verkrijgen van dit recht en een eenmaal verkregen recht vervalt niet.
In 2007 is door de houder van de begraafplaatsen het besluit genomen dat bij een wijziging van de rechthebbende van een graf waarvan de grafrechten voor 1987 zijn verkregen het recht voor onbepaalde tijd vervalt en zal worden omgezet in de gebruikelijke termijn. Inmiddels heeft voortschrijdend inzicht en juridische uitspraken ons geleerd dat dit besluit niet juist was. De houder van de begraafplaatsen heeft daarom besloten dit besluit met terugwerkende kracht terug te nemen en financieel te corrigeren.
In totaal gaat het om een correctie van € 148.900. Normaliter zou deze post via de foutenleer rechtstreeks in het vermogen gemuteerd worden, maar dit is niet mogelijk in FRIS. In de jaarrekening 2019 is dit bedrag daarom als incidentele last verantwoord. Dit bedrag wordt tevens onttrokken uit de bestemmingsreserve “Reserves begraafplaatsen”. Per saldo heeft het dus geen invloed op het exploitatieresultaat van de Protestantse Gemeente.

Gebeurtenissen na balansdatum
Verkoop Arke
Begin 2020 is de verkoop van het kerkgebouw De Arke afgerond. De feitelijke overdracht zal op 30 juni 2020 plaatsvinden. Door het toepassen van de Richtlijn begroting en jaarverslaggeving van de PKN vanaf 2019 is de waardering van De Arke per 31 december 2019 € 1. Door de verkoop zal in 2020 daarom een boekwinst van € 615.000 gerealiseerd worden.
Corona
De uitbraak van het coronavirus in 2020 en de daarmee samenhangende door de overheid opgelegde “Intelligente lock down” heeft ook voor de PGD gevolgen. Door het samenscholingsverbod bleek het niet meer mogelijk kerkdiensten te verzorgen waarbij de kerkleden in het kerkgebouw aanwezig konden zijn. Naast pastorale gevolgen heeft het ook financiële gevolgen voor de PGD. De collecteopbrengsten zullen dit jaar significant lager zijn dan begroot. Daartegenover staat dat ook een aantal kostenposten lager uit zal vallen. Het College verwacht echter niet dat de continuïteit van de PGD hierdoor in gevaar komt.

1.2. Analyse resultaat 2019 t.o.v. begroting
In onderstaande tabel is een korte analyse van de cijfers over 2019 met betrekking tot de reguliere kerkelijk activiteiten in vergelijking met de begroting 2019 (pagina 10 en11 van de jaarrekening).

Hier Analyse resultaat 2019.jpg plaatsen

Onderstaand vindt u een beknopte analyse.

1) De opbrengsten onroerende zaken zijn hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door een hogere buffetopbrengst.
2) De opbrengst uit stichtingen is hoger dan begroot omdat de doorbelaste salariskosten hoger zijn dan begroot.
3) De opbrengsten levend geld is hoger door een bijdrage van het activiteitenfonds Oase voor de aanschaf van de geluidsinstallatie (€55.000).
4) De onder punt 3 genoemde bijdrage voor de geluidsinstallatie wordt via de dotatie aan de niet monumentale gebouwen toegevoegd aan de voorziening onderhoud niet monumentale kerkgebouwen en verklaart de stijging in de onderhoudskosten.
5) De hogere kosten inzake de niet kerkelijk eigendommen bestaan voornamelijk uit hogere kosten voor het buffet.
6) De kosten van het pastoraat zijn vooral lager door een na verrekening van de PKN over het jaar 2018 en de lagere salariskosten van de kerkelijk werkers door het vertrek van mevrouw Stegeman en mevrouw Bosma in 2019.
7) In 2019 zijn er minder kerkdiensten geweest dan in voorgaande jaren door de invoering/intensivering van de ZAM diensten. Verder zijn niet alle activiteiten van de Stuurgroep Grote Kerk die in het jaar 2019 begroot waren, uitgevoerd. Ook is er lagere dotatie aan de wijkfondsen dan begroot door het dalende aantal leden.
8) De salariskosten van de kosters zijn hoger dan begroot. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de extra werkzaamheden waardoor de buffetopbrengsten hoger zijn dan begroot (zie punt 1) en anderzijds door extra kosten samenhangend met het vertrek van de koster van de Arke.
9) Onder de post incidentele baten is een in 2019 verkregen legaat van € 9.675 verwerkt.
10) Naast de bij punt 3 al genoemde reden wijkt de post incidentele lasten af van de begroting door de correctie op de vooruit ontvangen bedragen van de Begraafplaats van € 150.000.
11) Omdat er gekozen is de Richtlijn van de PKN te volgen vervalt de herwaarderingsreserve per 31 december 2019.

Meer ondersteunende cijfers vindt u op de website van de PGDrachten, https://pgdrachten.nl/nieuws/coll-van-kerkrentmeesters.html

Drachten, 26 augustus 2020
Gerben Kijlstra, penningmeester CvK

Laatste nieuws

JSN Decor is designed by JoomlaShine.com