Zwangerschapsverlof
Over 5 weken is het al zo ver! Er staat een nieuw, klein wezentje voor de deur om ons hier op aarde te mogen vergezellen. Te leren, en te genieten. Om te vallen en weer op te staan.
En oh! wat is het spannend. Voor de nieuwe bewoner van onze wereld, maar ook voor ons als (nieuwe) ouders.
Om de laatste loodjes te kunnen uitzingen en de omvorming naar moeder van dit kind mogelijk te maken, ben ik als diaconaal werker niet beschikbaar van 26 september 2019 tot en met 16 januari 2020.
Tijdens deze laatste loodjes merk ik dat ik vooral bezig ben met wat allemaal nog moet. Het juist afronden of overdragen van zaken. Het uitzoeken van duurzame luiers. Het loslaten van zaken waar ik me betrokken en verantwoordelijk voor voel. Allerlei zaken, die ik vooral doe: met mijn hoofd.
En terwijl ik zo vanuit mijn hoofd bezig ben, lijk ik wel het allerbelangrijkste over het hoofd te zien. Namelijk de vrucht die in mijn schoot opspringt. Een wezen, een ziel, de belofte van G’d, de vruchtbare toekomst die vol vreugde afwacht wanneer ze de grote sprong mag wagen.
Die vrucht in mijn schoot die vreugde ìs, waar mijn hoofd naar zorgen en droefenis neigt en de bestuurder is van al dat nog geregeld moet worden.
Het doet denken aan een verhaal van rabbi Nachman, een worstelaar met de levensvreugde bij uitstek. In dat verhaal vertelt hij van iemand die aan de kant staat bij een dansende groep, te bedroefd en zorgelijk om mee te doen. Totdat er iemand is die hem vastpakt en hem dwingt om mee te doen. Als hij dan danst, stelt hij vast dat zijn vroegere droefheid vol weemoed en afkeuring naar zijn nieuwe gedrag kijkt.
Het is je opdracht, zo zegt Nachman - je diaconale opdracht durf ik te stellen: de droefheid, de zorgen, de plicht zelf in de kring te brengen en te zien dat ook die tot vreugde omgevormd wordt. Een moeilijk opdracht. Een levensopdracht. Een duurzaam biddende opdracht. Als een aanbidding aan G’d. Lovend zijn schepping. Dansend om de beloftes die hij nakomt. Vierend al zijn zegeningen aan ons.
Waar ik worstel met mijn hoofd en al haar ‘moeten’ en ‘zorgen’, zo bid ik dat mijn toekomstige levensvreugde mij uitnodigt te dansen in vreugde. Zo bid ik dat een ieder, zijn diaconale taak met vreugde uitvoert en zijn plichtsgevoel of verantwoordelijkheidsgevoel durft uit te laten nodigen in de kring. En zo bid ik voor elke bezoeker in het inloophuis, die in droefenis is gehuld, zich laat opnemen in de kring van vreugde dat het inloophuis is.
Zo bid en zing ik met de woorden van Cohen: “Dance me to the end of love, dance me to the children who are asking to be born.”
Halverwege januari, moge alles goed gaan, gaan mijn diaconale deuren weer open. Ik hoop dan met een hernieuwde vreugdestroom de diaken in jou weer te kunnen ontmoeten.
Anna van der Meer
diaconaal werker

Laatste nieuws

JSN Decor is designed by JoomlaShine.com