Meest gestelde vraag deze weken in kerkelijk Nederland: 'Wanneer de kerken weer open zijn, zullen de kerkgangers dan terugkeren in de kerkbanken?' Die vraag is niet uniek, sportverenigingen bijvoorbeeld vragen zich ook af of hun sporters weer terug zullen komen.
Zelf heb ik mij ook afgevraagd of ik het vertrouwde ritme van de zondagse kerkgang weer zou oppikken. Op de bank met een kop koffie voor de televisie of voor de computer is verleidelijk. En je hoeft niet vroeg op.
Tot mijn verrassing ben ik elke zondag weer in de kerk te vinden. Zelfs als wij een weekend gaan zeilen en in een watersportplaats liggen, zoeken we liefst een haven om te overnachten waar we zondagochtend naar de kerk kunnen.
Mij valt op hoe blij de mensen zijn wanneer ze elkaar weer onder ogen komen. Er wordt gezwaaid van de ene kant van de kerk naar de andere. En het ‘Goedemorgen!’ als antwoord op de het welkom van de ouderling heeft zelden zo enthousiast geklonken.
Wat onwennig zijn we ook. Gingen we ook al weer bij het eerste lied staan, of bleven we zitten? De ene helft van de kerk gaat staan, en de andere helft blijft zitten. Dat zorgt weer voor de nodige vrolijkheid. Je voelt de opluchting dat de kerkdeur-lockdown voorbij is.
Soms ook is er zomaar emotie. Ik ben geraakt als we op de beamer het bekende lied ‘Jeruzalem, stad van God’ te zien en te horen krijgen. Vooral de woorden ‘Yerushalayim, stad van vrede, breng ons weer thuis’ komen aan.
Het is een versregel die verwijst naar een 2500 jaar oude geschiedenis. Het Joodse volk was uit het vertrouwde eigen land weggevoerd naar het verre oosten, en na ruim 50 jaar mochten de Joden weer terugkeren naar huis.
Nu hebben wij pas 50 weken onze kerkdiensten moeten missen, maar het gevoel van ‘weer thuis’ is er niet minder om. De blijdschap dat we onbevangen kunnen vieren en zingen is van het begin van de kerkdienst tot het einde voelbaar.
Nu de vanzelfsprekendheid van de kerkdienst is verdwenen, voel ik ineens wat de waarde daarvan voor mij is. Niet enkel dat ik als kerkganger weer in het huis van de gemeente kan komen. Dat wij als gelovigen weer met z’n allen bij elkaar kunnen zijn.
Maar vooral dat ik weer te gast kan zijn in het huis van God. Een kerkgebouw is een gewoon huis van hout en steen. En in mijn beleving is het ook een heilige plek. De gastheer is niet de dominee, of de kerkenraad. In de kerk ben je thuis bij de lieve Heer.
Dat is waarom het Joodse volk in ballingschap zo verlangde naar de tempel waar het ‘weer thuis’ zou komen. Waarom ze ruim 50 jaar die psalm zijn blijven zingen: Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
Wim Beekman
Classispredikant, Classis Fryslân